| |
kom met me mee
(ansicht kaart van toscane)
© 2010 - rob schultheiss
kom met me mee
naar de marmeren bergen
waar de pijnbomen groeien
in het dal warm en loom
kom met me mee
naar het bergkoele beekje
waar de sneeuwwitte rotsen
langzaam liggen in de stroom
loop dan met mij
over stofwarme wegen
over smalstenen bruggen
langs een steildiep ravijn
tot rond de bocht
plots dat leegstille dorpje
met de grauwstenen huizen
voor je ogen verschijnt
ooit was dit hier
het middelpunt van de wereld
als bewijs hangt vergeeld
een trotse foto in de kroeg
waar staand aan de bar
in hun kniehoge laarzen
sterke stoerbruine kerels
koffie drinken 's ochtends vroeg
zoek dan met mij
naar de heuphoge bloemen
met de grauwgroene stelen
in het grindstoffig gras
ze staan op de hoek
bij de muur met de cryptes
en de tuin vol piëtas en boeketten in een glas
geplukt door de vrouw
in 't katoenbloemen jurkje
een ruitrode hoofddoek
rond haar marmerwit haar
hef dan met mij
in dat eeuwoude dorpje
een glas jongfrisse wijn
in de zon op elkaar
een glas jongfrisse wijn
in de ondergaande zon
een glas jongfrisse wijn
op elkaar
|
|
als je leest
we zitten op de achterbank
en je vertelt ons de verhalen
van een wereld waar nog nooit
iemand is geweest
door het venster in je handen
kijk ik uit over de dalen
en zie de wereld in de woorden die je leest
en als ik opzij kijk
door de ruiten van de auto
glijden bergen en rivieren
uur na uur aan ons voorbij
als ik dezelfde woorden lees,
jaren later
hoor ik weer de stemmen in je stem
en zit jij weer vlak naast mij
want als je leest
kun je zien wat anderen zagen
kun je horen wat ze hoorden
in een land hier ver vandaan
als je leest
kun je nieuwe smaken proeven
kun je nieuwe geuren ruiken
en op nieuwe plaatsen staan
en als je leest
weet je dat je niet alleen bent
de gedachten die je denkt
heeft iemand anders ook gedacht
en misschien
zul je als je leest ontdekken
dat jouw dromen en geheimen
onder woorden zijn gebracht
ergens in een winkel
tussen stof en oude spullen
vind ik een beeldje van een moeder
met op haar schoot een open boek
met haar dochter die ernaast staat
lezen ze samen de verhalen
net als jij ons ooit steeds voorlas
uit telkens weer een ander boek
|
|
nieuwjaar
(kom hou me vast)
© 2002 - rob schultheiss
jij staart in de nacht
en ik, ik kijk naar jou
met je glanzende haar
en het licht van de kaars
op je gezicht
jij, jij kijkt naar mij
en ik, ik denk aan ons
en de kou en het duister
blijven buiten en jij
blijft hier bij mij
kom hou me vast sla je armen om me heen
laat me nooit meer alleen fluister in mijn oren zacht
dat je altijd op me wacht leg je hoofd tegen mijn wang
samen zijn we nooit meer bang voor het donker
bang voor de pijn zolang wij samen zijn
ik sta naast jou
en jij kijkt naar buiten
waar een vuurpijl ontploft
in een kermis van kleur
achter de ruiten
kom hou me vast...
ik sta naast jou
en jij kijkt door het glas
waar het fabeldier sterf
en herrijst uit de as
het vuur en de vlammen
kom hou me vast
|
|
de lage maan
© 2007 - rob schultheiss
de maan staat laag, boven de lege stad
een stipje tekent,
lijnen in de lucht
waarheen zou het op weg zijn
waarheen zou ik op weg zijn
op de vlucht
ik zit hier,
mijn koffer in mijn hand
oud en afgeleefd
gebroken souvenir,
uit een vergeten land
waar niemand wat aan heeft
en de zon draait,
altijd weer het zelfde rondje
elke dag hetzelfde ritueel
de vloed komt op,
wist alle woorden van het strand
golven spoelen rond mijn luchtkasteel
en de wind waait,
altijdweer uit andere streken
nergens heen, nergens vandaan
wijzers draaien rond,
uren worden dagen, weken
in de lucht staat weer een nieuwe maan
laag boven de lege weg
het wordt donker,
het einde van de dag
en in de verte
op de lege weg
verdwijnt jouw auto
in de nacht
|
|
bergen aan zee in de winter
© 2007 - rob schultheiss
bergen aan zee in de winter
jij pakt je bontlaarzen
uit de kofferbak
ik doe je kraag
even goed op je schouder
en jij kijkt, jij kijkt
diep in mijn ogen
en ik sla mijn arm
om je heen
bergen aan zee in de winter
laag waait het zand over
lege parkeerplaatsen
één restaurant
waar nog iemand aan 't werk is
en ik kijk, ik kijk
diep in jouw ogen
en jij legt jouw hand
in mijn hand
bergen aan zee in de winter
schuimvlokken waaien
als strepen de duinen in
vochtige voetstappen
vlak langs de vloedlijn
en ik kijk, ik kijk
naar je neus en jewangen
je hals en je kin
en jouw mond
en jij zegt
zie jij daar die lichtjes?
die zijn vast op weg
naar het eind van de horizon
en ik zeg
ik wou dat ik nu met ze mee kon gaan
zomaar
zonder een plan of zo
bergen aan zee in de winter
het is donker en iedereen
zit bij de kachel thuis
en heeft geen idee
van de warmte
die stralend, stralend
in heel de wereld
geen kou meer te vinden voor ons
bergen aan zee in de winter
jij legt je bontlaarzen
terug in de kofferbak
en ik veeg voorzichtig
het zand
van jouw kleren
|
|
lunch
© 2007 - rob schultheiss
ik zei alleen maar
lunch?
want ik wilde met je praten
de vragen die jij stelt
zijn zo vaak antwoorden voor mij
ik zei alleen maar
lunch?
want ik wilde even bij je zijn
alleen maar even bij je zijn
...
ik zei alleen maar
lunch?
maar jij had heel dat boek gelezen
vanaf de allereerste bladzij
tot aan de tranen aan het eind
ik zei alleen maar
lunch?
maar jij had heel die film bekeken
en het plot ontrafeld, ik wist niet
dat dat het plot zou zijn
en natuurlijk zie ik ook wel
die leuke lichtjes in je ogen
en natuurlijk denk ik dan
want ik ben per slot een man
maar wat ik zei was
lunch?
ik dacht, daarna zie ik wel verder
maar ik keek al vel te ver
dus daarna komt er niet meer van
|
|
koud
© 2002 - rob schultheiss
als ze maar niet
zonder jas, in de regen
midden door het spanderswoud
over uitgestorven wegen
buiten is het nu zo koud
als ze maar niet
door het glas
die fiets is al zo oud
en dat rtweer langs de plas
buiten is het nu zo koud
buiten is het nu, buiten is het nu
buiten is het nu zo koud
mon amour
tes jeux sont comme
le miroir de mon rève
donné moi ta joie, ton coeur et tes mains
als ze maar niet
veel te lang in natte kleren
in het holst
van de nacht
het is buiten zulk verschrikkelijk weer en
ik zit hier alleen
terwijl ik langzaam op haar wacht
buiten is het nu, buiten is het nu
buiten is het nu zo koud
|
|
sarah van straaten
© 2000 - rob schultheiss (oorspronkelijk: eleanor rigby - lennon & mccartney)
sarah van straaten
zoekt naar de rijst in een kerk
waar ze nooit is getrouwd
haar handen zijn koud
de gotische ramen
strooien in goud en in zilver
sluiers van licht
rond haar gezicht
pater verberne
schrijft aan een preek in de nacht
wanneer niemand hem stoort
die niemand ooit hoort
hij staart naar de sterren
en op het papier vloene woorden
vervormd door de tijd
alleen in zijn gedachten
is hij niet alleen
sarah van straaten
ligt op de tegels als 's ochtends
de koster haar vindt
ze lacht als een kind
pater verberne
bukt naar het stof
dat hij vindt in een hoop langs de rand
het waait uit zijn hand
alleen in zijn gedachten
is hij niet alleen
|
|
rokjesdag
© 2010 - rob schultheiss
het gras in mijn straat ruikt weer groener dan gister
het licht en de lucht zijn weer warmer vandaag
de wolken zijn witter en in de stad is-t-er
een man op een hoek die muziek maakt op straat
hij zingt:
la la lala la la la lala la la la la la la la la lalaaa
ik zie bilkorte rokjes, hoor hielhoge hakken
die klikken en klakken op het plein waar een kat
languit ligt in de zon in gelukkige kleuren
en zacht klinkt geluid van een lied door de stad
het gaat:
la la lala la la la lala la la la la la la la la lalaaa
en dan kijk je naar mij en je lacht en je kust me
je handen die wandelen licht door mijn haar
je krullen omhullen je stralende ogen
met de glans van de zon dus ik pak mijn gitaar
en zing:
la la lala la la la lala la la la la la la la la lalaaa
|
|
vlinder in de zon
© 2006 - rob schultheiss
ze gaat in haar kamer voor haar spiegel staan
bekijkt haar billen en haar brsten en haar buik
en dan denkt ze, wat trek ik vandaag eens aan
wat past het beste bij het luchtje da'k gebruik
haar ogen strelen zachtjes alle kleren in haar kast
totdat ze weet wat bij haar past
ze is een vlinder in de zon
een vlinder in de zon
ze loopt over de straat onder de blauwe lucht
een poes geeft kopjes aan haar kuit
ze bukt om 'm te aaien, hij kroelt over 't trottoir
haar vingers voelen zachtjes z'n geluid
dan staat ze op en zegt 'm vriendelijk gedag
en hij denkt...
dat ik dit beleven mag
ze is een vlinder in de zon
een vlinder in de zon
je ziet het aan haar kleuren
stralend in het zonnelicht
je ziet het aan haar ogen
en de lach op haar gezicht
haar haren dansen in de wind
ze loopt zonder gewicht
en ik weet niet of ze weet hoe mooi ze is
ze is een vlinder in de zon
een vlinder in de zon
ze gaat zitten op de wipkip bij de zandbak op het plein
en slaat haar dijen en haar armen rond zijn nek
dan wiegt en wuift en waait ze wolkend in de zonneschijn
en reit de wereld rond maar blijft op deze plek
en dan kijk ik in haar ogen en ik lees daar een gedicht
en in mijn kop ontploft een wolk van licht
ze is een vlinder in de zon
een vlinder in de zon
|
|
sint geertens minne
© 2010 - rob schultheiss
mijn vrindje van vroeger met wie ik klom in de bomen
en riddertje speelde
in het bos bij de hei
soms zie ik je weer
in mijn zonnige dromen
en ik weet dat je weg bent
maar dan ben je bij mij
mijn vriendinnetje op wie ik elke week wachtte
want ik zat onder fluitles
en jij ging met me mee
soms hoor ik een lied
en zie ik weer hoe je lachtte
en dan vraag ik me af
hoe het met je zou zijn
daarom hef ik mijn glas
ik wens je sint geertens minne
een behouden reis
waarheen die ook leidt
ik drink nu op jou, ik wens je sint geertens minne
dat wij elkaar weerzien aan het eind van de tijd
en ook de juf van de fluitles en de padvindersvaandig
met de kampvuurverhalen die nog steeds bij me zijn
de muziekvriend met wie ik tot de morgen kon bomen
en het meisje uit de winkel op de hoek bij het plein
ik hef nu mijn glas, ik wens je sint geertens minne
een behouden reis, waarheen die ook leidt
ik drink nu op jullie, ik wens je sint geertens minne
dat wij elkaar weerzien aan het eind van de tijd
ik drink nu op jullie, ik wens je sint geertens minne
dat wij elkaar weerzien aan het eind van de tijd
|
|
de pelgrim
de lichtjes van de kerstboom en de kleuren van de ballen
vallen in scherven voor mijn voeten op de straat
ik stap er overheen met mijn blik op de einder
waar een wolk als een berg in de avondhemel staat
de staf in mijn hand zoekt naar de schelp van sint Jacob
ik volg en leg mijn stappen door het land op de straat
bij de lichtjes van de kerstboom en de kleuren van de ballen
de klank van de klokken en de zang van de psalmen
galmen langs de gevels van de afgesloten stad
ik loop er dwars doorheen zonder acht voor de schimmen
die verschijnen en verdwijnen in de schaduw op mijn pad
de zak op mijn rug zit vol dromen en wensen
ik draag hem langs de mensen die naar huis gaan in de stad
langs de klank van de klokken en de zang van de psalmen
de bomen van de bossen en het zand van de vlakte
zakken als schimmen in de ochtendnevel weg
ik waad door de mist naar een onbekende haven
waar mijn afkomst ligt begraven langs de uitgestorven weg
en de hoed op mijn hoofd zit vol oude verhalen
die verdwalen in flarden van de nevel op mijn weg
door de bomen van de bossen en het zand van de vlakte
|
|
snoodaert
© 1976-2005 rob schultheiss
het was een maghet hoog geboren
in een hoge stenen toren
met een spits en met kantelen
en met trappen, o zo vele
de klanken van haar stemgeluid
waren mooier dan die van een fluit
zij was schoner, naar ik hoorde
dan beschrijfbaar is met woorden
lalala
dit vernam een snoodaert zwart
door zijn daden was hij zeer gehard
tegen droef en tegen rampen
maar niet tegen kwade dampen
hij zadelde terstond zijn paard
en reed ter toren onvervaard
in de hoop dat deze vrouwe
met de snoodaert wilde trouwen
lalala
op de toren stond de vrouwe
die volgaarne wilde trouwen
met een ridder stoer en sterk
mits bereid tot enig huishoudwerk
zij zag hem al van verre komen
de stoere ridder van haar dromen
en riep: ach vader, toe, vooruit, maak voort
ontgrendel nu direct mijn poort
lalala
zo reed de fielt zonder erbarmen
de mooie maghet in de armen
en roofde haar haast van haar zinnen
door fluks met minnen te beginnen
als bijenwas na het verwarmen
smolt zij in des snoodaerts armen
en om haar schroom te overwinnen
noemde hij haar 'mijn vorstin'
lalala
de vuige fielt omvat de maagd
waarna hij haar de trap opdraagt
tot voor de deur van het boudoir
waar hij denkt: he dat is raar
die stank als oude voetbalsokken
doet walging aan mijn strot ontlokken
welk vuige vieze grafgat geur
verschuilt er achter gindse deur?
lalala
de maagd die deed de deur toen open
en ziet, wat komt daar uit gekropen
maden, wormen, kakkerlakken
en hele vieze vuilniszakken
de vuige fielt begon te deinzen
kon min of meer geen min meer veinzen
hij dacht nog even: ik moet hier weg
maar kijk, nou heeft die snoodaert pech
want die vader heeft natuurlijk gelijk
de ophaalbrug opgehaald
en het valhek laten vallen
en de poort dichtgedaan
en afgesloten met een grote sleutel
die in een wijde boog in de slotgracht verdween
zodat de snoodaert nooit meer weg kan
aaahhh
dus meisjes mooi en maagden lief
nu volgt als ik u niet ontrief
de reden van dit fraai verhaal
dus let goed op, dit is de moraal
enge spoken onder 't bed
ja zelfs een lijk in uw closet
jaagt echt uw held niet op de vlucht
dat doet alleen de vuile voetbalsokken lucht
lalala
vuile voetbalsokken lucht
lalala
|
layer 13 |
drinklied
© 2005 rob schultheiss
het is al zeker vijftien jaar dat-ie altijd maar op zee zit
soms voor een paar weken en soms voor een maand of wat
en als -ie na zo'n tijd dan eindelijke ergens weer aan land gaat
heeft-ie jeuk aan z'n zak en in z'n zak centen zat
en dan gaat-ie naar de kroeg om z'n vrijheid te vieren
met in elke arm een vrouw en soms wel meer dan een
en hij zuipt tot 's morgens vroeg en maakt heel de nacht plezier
en als-ie daarna weer aan boord gaat is-t-ie helemaal alleen
drink, drink, drink, drink op de dagen
(dagen, dagen dagen)
drink, drink, drink, op de nachten daarna
(op de nachten daarna)
drink, drink, op de meisjes die mij verdragen
(verdragen)
drink op de dagen, en de nachten daarna
het is al zeker vijftien jaar dat-ie midden in het woud woont
tussen de hoge bomen die daar groeien in het groen
en
die bomen worden stammen die traag de stroom afdrijven
als-ie dat ziet is-t-ie gelukkig en daar kan-ie niks aan doen
en drie keer in het jaar gaat-ie een week lang naar de stad toe
en hij zet het op een zuipen en slaat al z'n centen klein
en de dagen die zijn heet en de nachten nog veel heter
en toch zou-d-ie in zo'n nacht veel liever bij z'n bomen zijn
drink, drink, drink, drink op de dagen
(dagen, dagen dagen)
drink, drink, drink, op de nachten daarna
(op de nachten daarna)
drink, drink, op de meisjes die mij verdragen
(verdragen)
drink op de dagen, en de nachten daarna
het is al zeker vijftien jaar dat-ie ergens in de outback
met een schop en met wat boren loopt te hakken in de grond
en hij weet het nog precies hoe-d-ie de eerste keer zich voelde
toen-ie tussen al dat stof een stukkie echte schoonheid vond
en als dat soms een keer gebeurt dan stapt-ie in z'n oude auto
en dan rijdt-ie naar de wereld en verkoopt daar z'n geluk
voor wat nachte hijgend vrijen in veel te blode warme armen
tot na een dag-of-wat-ie weer op zoek gaat naar een volgend stuk
drink, drink, drink, drink op de dagen
(dagen, dagen dagen)
drink, drink, drink, op de nachten daarna
(op de nachten daarna)
drink, drink, op de meisjes die mij verdragen
(verdragen)
drink op de dagen, en de nachten daarna
|
|
liedjes
ik ben een heleboel liedjes geschreven maar de meeste ook weer vergeten want, nooit opgeschreven (stom hè) maar er staan er inmiddels toch zo'n honderd op papier.
de meeste liedjes zijn in het nederlands maar er zijn er ook een paar in het engels. zeker in de punk, wave en rock bandjes van de jaren zeventig, tachtig en negentig was dat te doen gebruikelijk.
als je op de gekleurde vakjes klikt kun je de teksten van een stel liedjes ontdekken. van sommige liedjes is ook een you-tube filmpje te zien.
|
|